Problemen met eten

Lichamelijke gevolgen

Demo behandeling

Eetbuien, vasten, eenzijdig eten, het kan allerlei vervelende gevolgen hebben voor uw gezondheid. Niet alleen over- of ondergewicht is nadelig voor uw gezondheid, ook bij een normaal gewicht kunnen de gevolgen van een eetprobleem ingrijpend zijn. Met name opzettelijk overgeven of misbruik van laxeermiddelen is heel schadelijk voor het lichaam. Aanpak van het eetprobleem kan veel van de lichamelijke gevolgen verhelpen en zal leiden tot verbetering van uw gezondheid.

Meer weten over de gevolgen van eetstoornissen voor het lichaam?

Honger en verzadiging

Het mechanisme dat hongergevoelens en verzadiging regelt, is een complex samenspel tussen verschillende chemische stoffen en signalen in de hersenen en andere delen van het lichaam.

De hersenen hebben glucose nodig om goed te kunnen functioneren. Als de glucosespiegel daalt, worden er mechanismen in werking gezet waardoor we honger krijgen en zullen we de behoefte voelen om iets te eten. Kort na het eten is er meer dan voldoende glucose beschikbaar. Het hormoon insuline zorgt ervoor dat de glucose in de lichaamscellen terechtkomt, waar het wordt gebruikt of wordt opgeslagen als glycogeen of omgezet in vet voor later. Het lichaam streeft ernaar om de hoeveelheid glucose in het bloed, de bloedsuikerspiegel, zo constant mogelijk te houden. Als de bloedsuikerspiegel dreigt te zakken, dan wordt de glycogeenvoorraad aangesproken. De glycogeenvoorraad neemt af en op een gegeven moment zal de bloedsuikerspiegel toch gaan zakken. Er moet gegeten worden om de bloedsuikerspiegel weer op peil te krijgen en de voorraden aan te vullen; we krijgen honger. Stijgt de bloedsuikerspiegel omdat we aan het eten zijn, dan neemt de eetlust af en zorgt insuline ervoor dat de glucose uit de bloedbaan in de cellen terecht komt.

De smaak van het eten, het kauwen en slikken, dragen al een beetje bij aan een beginnend gevoel van verzadiging. Wanneer het eten in de maag is aanbeland en de maagwand daardoor wat oprekt, wordt er via een zenuw aan de hersenen doorgegeven dat er gegeten is. Ook de aanwezigheid van voedsel in de twaalfvingerige darm, in het bijzonder koolhydraten in het voedsel, maakt dat er een seintje wordt gegeven dat er genoeg gegeten is. Mensen die een dieet volgen met voornamelijk vetten en weinig koolhydraten, zijn eerder geneigd zich te overeten. Bij boulimia nervosa gaat voedsel minder snel vanuit de maag naar de twaalfvingerige darm dan normaal het geval is. Hierdoor kan het langer duren voor een gevoel van verzadiging optreedt. Dit verbetert na verloop van tijd als er geen eetbuien meer optreden.

In de hersenen spelen er meerdere stoffen een rol bij de regulering van eetlust en verzadiging. Dit is een ingewikkeld proces. Er zijn sterke aanwijzingen dat bij boulimia nervosa verstoringen kunnen optreden in de balans van deze stoffen, waardoor het langer duurt voor verzadiging optreedt. Ook bij anorexia nervosa wordt een verstoring in de balans van deze stoffen gezien. Het is niet duidelijk of deze verstoringen oorzaak of gevolg zijn van de eetstoornissen.

Ook de hoeveelheid lichaamsvet speelt een rol in hoeveel we eten. Vetcellen maken namelijk de stof leptine aan. Hoe meer lichaamsvet er is, des te meer leptine er aan het bloed wordt afgegeven. Een hoger gehalte aan leptine heeft als effect dat er kleinere maaltijden worden gegeten, meer lichamelijke activiteit en een actiever immuunsysteem.
Er is gedacht dat mensen met overgewicht misschien te weinig leptine zouden aanmaken. Dit blijkt echter zelden tot nooit voor te komen. Het zou zo kunnen zijn deze mensen minder gevoelig zijn voor leptine, waardoor het minder effect heeft. Ondanks dat de hoeveelheid lichaamsvet toeneemt, worden de maaltijden niet kleiner en neemt de lichamelijke activiteit niet toe, met als gevolg een verdere toename van het lichaamsgewicht. Men heeft gedacht dat het toedienen van extra leptine dit zou kunnen verhelpen. Het blijkt echter nauwelijks effect te hebben op het lichaamsgewicht en de stofwisseling. Wel ontstaat er een hoger risico op diabetes en andere gezondheidsproblemen.

Als het leptinegehalte daalt, wordt de eetlust groter. Daalt het nog verder, dan zal op een gegeven moment een overlevingsmechanisme in werking treden: de warmteproductie gaat achteruit, de hoeveelheid energie die het lichaam in rust verbruikt gaat omlaag en bij vrouwen stopt de menstruatie.
Bij mensen met anorexia nervosa blijkt het leptinegehalte in het bloed vaak extreem laag te zijn, veel lager dan men zou verwachten op grond van het percentage lichaamsvet. Waardoor dit veroorzaakt wordt, is niet bekend.

Het menselijk lichaam is beter toegerust op het omgaan met tekorten dan met een overvloed aan voedsel. Er zijn meer en sterkere mechanismen die in werking treden als er ondergewicht dreigt te ontstaan, terwijl ons lichaam eigenlijk geen goed antwoord heeft op overgewicht. Aankomen is gemakkelijker dan afvallen.
Als we naar het verleden kijken dan valt op dat er vaker sprake was van voedselschaarste dan van overvloed. Pas sinds de tweede helft van de vorige eeuw, met de opkomst van betere methoden voor landbouw, veeteelt en voedselproductie, is er sprake van een overvloed aan keuze en hoeveelheid voedsel, bereikbaar voor iedereen in de westerse wereld. In het licht van de geschiedenis van de mensheid is dit dus een nieuw probleem.

Terug

Verslaafd aan eten?

In plaats van eetprobleem spreekt men ook wel eens van eetverslaving. Maar is het mogelijk om aan eten verslaafd te zijn net zoals je aan roken, alcohol of drugs verslaafd kunt zijn?

Wat is verslaving?
Wanneer is iemand ergens aan verslaafd? Wat is verslaving eigenlijk?
Vaak wordt verslaving omschreven als afhankelijkheid van een bepaald middel. Deze afhankelijkheid kan verschillende vormen hebben. Zo is het mogelijk dat iemand ziek wordt als hij een bepaald middel niet gebruikt. Dit wordt ontwenning genoemd. Maar ook is het mogelijk dat iemand alleen nog maar door te gebruiken in bepaalde situaties kan functioneren of met bepaalde gevoelens om kan gaan. Welke vorm van afhankelijkheid meer naar de voorgrond treedt, kan afhangen van het middel dat gebruikt wordt. Sommige middelen geven sterke ontwenningsverschijnselen, andere middelen nauwelijks. Vaak is te zien dat er steeds meer van het middel gebruikt moet worden om het gewenste effect te bereiken. Of dit gebeurt en de mate waarin, verschilt weer per middel.

Een ander kenmerk van verslaving is dat het gebruik moeilijk in te hand te houden is. Er wordt meer en vaker gebruikt dan de bedoeling was, ondanks alle goede voornemens. Er is dus sprake van controleverlies. Het gebruik gaat een steeds grotere en belangrijkere plaats in het leven innemen.

Maar daarmee is nog niet alles over verslaving gezegd. Iemand die ergens aan verslaafd is, voelt een onbedwingbaar verlangen om te gebruiken. Vaak wordt dit ervaren als iets dat sterker is dan de eigen wil, er ‘moet’ gebruikt worden. Dit wordt ook wel craving genoemd. Craving kan ook nog optreden nadat er met het gebruik gestopt is, bijvoorbeeld als iemand opnieuw in contact komt met het middel of als bepaalde omstandigheden doen herinneren aan het gebruik. Dit maakt het soms lastig om niet terug te vallen in de oude verslaving.

Terug

Eten
Ook eten kan 'verslavende' vormen aannemen. Wat, hoeveel en hoe iemand eet, wordt dan niet meer aangestuurd door het honger- en verzadigingsmechanisme, maar er treden andere processen in werking. Eten wordt bijvoorbeeld gebruikt om minder last te hebben van iets vervelends, een manier om met problemen om te gaan. Wanneer steeds vaker naar eten als oplossing wordt gegrepen, kan afhankelijkheid ontstaan. Iemand is dan niet meer goed instaat om problemen op een andere manier dan met eten op te lossen. Eten neemt een steeds belangrijkere plaats in en het eetgedrag is nog maar moeilijk in de hand te houden. Hier zijn overeenkomsten te zien met de mechanismen die een rol spelen bij het ontstaan van verslaving aan drugs of alcohol. We spreken dan van een eetprobleem of eetstoornis.

Eetverslaving kan tot uiting komen in de hoeveelheid die gegeten wordt. Er kan zowel meer als minder gegeten worden dan de biologische behoefte van het lichaam vereist, of sprake zijn van een afwisselend patroon. Ook als er niet te veel of te weinig gegeten wordt, maar het eten gebeurt in de vorm van eetbuien, zijn kenmerken van verslaving te zien. Tijdens een eetbui, dus wanneer er in korte tijd een zeer grote hoeveelheid voedsel wordt gegeten, vindt er in een bepaald deel van het zenuwstelsel een verhoogde activiteit plaats. Dit is ook voelbaar in het lichaam: de hartslag neemt toe, de ademhaling wordt wat sneller en ook het zweten neemt toe. Een eetbui wordt vaak ervaren als in een roes, alsof er een ontlading optreedt. Lichamelijke factoren, zoals bijvoorbeeld een verstoring in het verzadigingsmechanisme, kunnen ertoe bijdragen dat het patroon van eetbuien in stand blijft of verergert. Het organiseren van eetbuien en de eetbuien zelf nemen een steeds belangrijker plaats in het leven in.

Vaak is men zich heel goed bewust van de schadelijke gevolgen die het eetprobleem heeft. Toch is het niet altijd even gemakkelijk om het eetpatroon te veranderen. Er wordt vermoed dat vergelijkbare mechanismen een rol spelen bij de instandhouding van eetproblemen en middelenmisbruik.

Terug

Vasten, sporten
Ook niet eten of overmatig bewegen kan verslavende vormen aannemen. Het lichaam maakt tijdens het vasten namelijk endorfinen aan. Ook bij (overmatig) sporten worden endorfinen aangemaakt. Deze stoffen geven een prettig gevoel, alsof je de hele wereld aankunt. Dit kan verslavend zijn en de behoefte aan meer vasten of meer sporten doen toenemen, totdat de lichamelijke reserves uitgeput beginnen te raken. Mensen die zich hebben verloren in het vasten of overmatig sporten (anorexia athletica) hebben vaak zelf niet de indruk dat het slecht met ze gaat. Ze voelen zich immers goed en hebben ontzettend veel energie. Stoppen met vasten of overmatig sporten kan een vorm van ontwenning teweeg brengen.

Vasten is voor mensen met eetproblemen altijd af te raden, ook wanneer het bedoeld is als reinigingskuur. Vasten betekent altijd een verstoring van het voedingspatroon. De nadelen hiervan wegen bij lange na niet op tegen de voordelen die een vastenkuur zou bieden.
Sporten uit gezondheidsoverwegingen, met als doel de conditie en spierkracht op te bouwen, is voor iedereen aan te raden. Iemand die veel sport, doet er goed aan om eens kritisch te kijken naar de redenen om te sporten: staat gewichtsverlies voorop? Wat zou het met mij doen als ik eens een dag niet kan sporten? Meer informatie over lichaamsbeweging en de Nederlandse Norm voor Gezond Bewegen vindt u bij het onderwerp Gezond bewegen.

Terug

Laxeermiddelen
Soms worden laxeermiddelen gebruikt om gewichtstoename te voorkomen of om af te vallen. Deze middelen zijn echter bedoeld om een verstopping om te heffen. Ze werken in op de dikke darm. Het lichaam verliest door het gebruik van laxeermiddelen veel vocht en dat kan zichtbaar zijn op de weegschaal.
Wanneer laxeermiddelen voor langere tijd gebruikt worden, gaat het lichaam zich hierop instellen. De darmen gaan het als reactie op de sterke prikkels van deze middelen, rustiger aan doen; ze worden 'lui'. Om hetzelfde effect te bereiken zullen er steeds grotere hoeveelheden laxeermiddel ingenomen moeten worden. Ook zal het lichaam als reactie op het vochtverlies meer vocht gaan vasthouden. Er treedt lichamelijke gewenning op en het gebruik kan verslavende vormen aannemen.
Deze lichamelijke effecten maken het stoppen met laxeermiddelen voor iemand met een eetprobleem moeilijk. Door het vasthouden van al dit vocht zal de weegschaal meer aanwijzen. Dit is echter een tijdelijk effect. Een ander probleem is dat de darmwerking tijd nodig heeft om weer op gang te komen. Dit kan onprettig voelen. Het is daarom verstandig om advies in te winnen bij uw arts als u wilt stoppen met laxeermiddelen.

Terug

Het jojo-effect

Bekend en gevreesd als bijverschijnsel van diëten is het jojo-effect. Maar wat is dat eigenlijk? En kan het worden voorkomen? Veel mensen volgen een dieet en op het moment dat het streefgewicht is bereikt, pakken ze hun oude eetgewoontes weer op. Misschien herkent u dit wel en heeft ook u ervaren dat u snel weer aankomt en zelfs nog iets meer gaat wegen dan voor het dieet. Wanneer u dan opnieuw een dieet volgt, herhaalt de cyclus zich. Hoe dit kan, leggen we hierna uit.

Wanneer het aantal ingenomen calorieën per dag drastisch beperkt wordt, zal het lichaam dit ervaren als een hongertoestand. Hiervan is al sprake bij 1500 kcal of minder. Het merendeel van de wonder- en crashdiëten veroorzaken een dergelijke hongertoestand. Aangezien het lichaam het verschil tussen een dieet en hongersnood niet kent, reageert het met gepaste maatregelen op deze 'noodtoestand'.
Het basaalmetabolisme, het stofwisselingsniveau in rusttoestand, gaat naar beneden. Met andere woorden: de motor gaat een stuk zuiniger lopen. Daarom gaat afvallen steeds moeilijker naarmate een dieet langer gevolgd wordt. Maar ook op langere termijn zijn er gevolgen. Als het dieet beëindigd is en de periode van honger dus voorbij, blijft de energieverbranding op een zuinig niveau. Het lichaam legt dan extra voorraden aan in de vorm van vet, voor het geval er weer een tijd van schaarste aanbreekt. U komt dus juist versneld aan.
Als u vervolgens opnieuw op dieet gaat, wordt het basaalmetabolisme nog iets zuiniger afgesteld. Dit is voor het lichaam een teken om nieuwe noodvoorraden in de vorm van vet aan te leggen. En zo neemt na ieder dieet het lichaamsgewicht steeds iets toe.

In feite is dit een slim en efficiënt overlevingsmechanisme. Helaas is dit mechanisme niet meer zo wenselijk in onze moderne maatschappij waarbij schaarste niet meer aan de orde is.
Het voorkomen van het jojo-effect kan maar op één manier: geen strenge diëten meer waarbij u te weinig calorieën binnenkrijgt. Aan de basis van een gezond, stabiel gewicht ligt altijd een evenwichtig voedingspatroon in combinatie met voldoende lichaamsbeweging.

Terug

Diabetes mellitus en eetproblemen

Bij diabetes mellitus, vroeger ook wel suikerziekte genoemd, kunnen de lichaamscellen niet of onvoldoende glucose opnemen, waardoor er een energietekort ontstaat. De bloedsuikerspiegel wordt hierdoor te hoog; dit heeft voor verschillende organen in uw lichaam schadelijke gevolgen. Insuline zorgt ervoor dat glucose vanuit het bloed wordt opgenomen door de lichaamscellen.

Er worden twee typen diabetes onderscheiden. Bij type I maakt de alvleesklier te weinig insuline aan. Dit type wordt ook wel insulineafhankelijke diabetes genoemd en ontstaat plotseling, met duidelijke, ernstige symptomen. Wanneer dit samengaat met een eetstoornis, is dit een complexe situatie. Het manipuleren van de insuline-inname om gewicht te verliezen, is zeer schadelijk en kan uiteindelijk zelfs dodelijk zijn.

Het meest voorkomend is type II diabetes. Hierbij maakt de alvleesklier voldoende insuline aan maar is er sprake van een verminderde gevoeligheid, vaak als gevolg van overgewicht. De alvleesklier vangt dit aanvankelijk nog wel enige tijd op door meer insuline aan te maken, maar kan dit op een gegeven moment niet meer bijbenen. De bloedsuikerspiegel wordt langzaam maar zeker steeds hoger. Type II diabetes ontstaat dus heel geleidelijk en het kan lang duren voor het vastgesteld wordt. Bij overgewicht, al dan niet als gevolg van een eetprobleem, bestaat er een grotere kans type II diabetes te krijgen. Een gezond en regelmatig eet- en leefpatroon zal veelal een gunstige uitwerking hebben; het risico op het ontwikkelen van diabetes neemt af. Indien u diabetes heeft, geeft een gezondere levenswijze vrijwel altijd verbetering.

Terug

Zwangerschap en eetproblemen

Als u zwanger wilt worden dan is het belangrijk om een gezond eet- en leefpatroon te ontwikkelen. Als het lichaam ontregeld is door een verstoord eetpatroon zal ook uw hormoonhuishouding kunnen veranderen. Hoe gezonder u leeft, hoe groter de kans op een voorspoedig verlopende zwangerschap. Behalve een verstoord eetpatroon kunnen natuurlijk ook andere oorzaken een rol spelen waardoor de zwangerschap uitblijft. Neem met vragen hierover contact op met uw huisarts.
Als u zwanger bent dan zult u merken dat dit van grote invloed is op uw gehele lichamelijke en psychische balans. Lichamelijk gebeurt er veel, een groot deel van uw energie zal nodig zijn voor de ontwikkeling van het kindje. Uw lichaam verandert: de buik groeit, borsten worden groter, uw smaak en spijsvertering veranderen. Door de hormonen voelt u zich misschien sterker, maar misschien ook juist labieler. U wordt moeder en dit brengt zowel nieuwe zorgen als plezier met zich mee. Als u een eetprobleem heeft, is dit een goed moment om hiermee aan de slag te gaan.

Het kind
Ieder kind begint als twee celletjes. Alle organen moeten zich nog ontwikkelen, zoals het hartje, de longen, de nieren en de hersenen. Ook het beendergestel moet zich ontwikkelen, door botvorming worden de hersenen beschermd door de schedel. Het verhemelte moet zich sluiten. Het kind zal binnen negen maanden volgroeid zijn. Dit is een gecompliceerd proces dat meestal vanzelf goed verloopt.
Het is natuurlijk belangrijk dat het kindje voldoende voedingsstoffen krijgt om alles goed te ontwikkelen. Hierbij is het kind via de navelstreng volledig afhankelijk van u. Dat is een hele verantwoordelijkheid en dit kan angst en spanning oproepen als u problemen heeft met eten. Laat u hierdoor niet ontmoedigen, maar zie het als extra stimulans om uw eetprobleem de baas te worden, zodat u straks kunt genieten van een gezond kind met een gezond gewicht.

De aanstaande moeder
Eten voor twee hoeft echt niet als u zwanger bent. Dat is een verouderde stelling die inmiddels is achterhaald. Maar het is natuurlijk wel extra belangrijk om voldoende vitaminen, mineralen, voedingsstoffen en energie binnen te krijgen. Deze hebt u nodig, zeker als u zwanger bent. Want dat kost veel extra energie. Onvoldoende voedingsstoffen kunnen voor complicaties zorgen voor moeder en kind.
Misschien vindt u zichzelf al te dik en bent u bang nog veel dikker te worden door de zwangerschap? Een regelmatig patroon van voeding en beweging helpt u te voorkomen dat na de zwangerschap de kilo's blijven. U komt daarmee na de bevalling vanzelf weer uit op uw oude gewicht. Gebruik de zwangerschap ook niet als excuus om te veel te eten. Ook overgewicht kan namelijk complicaties geven bij de zwangerschap.
Als u zwanger bent staat u onder controle van de verloskundige. Zij zal u regelmatig wegen en uw bloeddruk meten om u te helpen deze periode gezond door te komen. Met uw vragen en zorgen kunt u ook bij haar terecht. Het is verstandig om uw verloskundige ook op de hoogte te brengen van uw eetproblemen.
Uw kind eet wat u eet. U geeft uw kind een goede en gezonde start door nu goed voor uzelf te zorgen.

Terug